• T-Mobile
  • Telfort
  • Tele2
  • Ziggo
  • Scarlet
  • KPN
  • XS4ALL
  • CanalDigitaal
  • Digitenne
  • XMSnet
  • Concepts ICT
  • Lijbrandt
  • OnsBrabantNet


ISDN is een vorm van digitale telefonie. ISDN is de opvolger van het analoge POTS. Voordeel van ISDN boven POTS is dat er met ISDN over de bestaande koperen tweedraadsverbinding op wijkniveau meer gegevens kunnen worden getransporteerd. ISDN wordt ook wel Annex-B telefonie genoemd.

Letterlijk vertaald staat ISDN of Integrated Services Digital Network voor 'dienstintegrerend digitaal netwerk'. Dat betekent dat men niet voor iedere dienst een eigen net nodig heeft maar dat Het Net in staat is verschillende diensten af te handelen. Over hetzelfde netwerk kunnen niet alleen telefoongesprekken maar ook video- en datadiensten (Teletex, Datex, Telefax, Telemetrie, ...) gevoerd worden. Omdat ISDN in tegenstelling tot bij analoge aansluiting de data digitaal over de lijn stuurt kan de capaciteit van de leiding beter benut worden. Het belangrijkste onderscheid van ISDN ten opzichte van een analoge aansluiting is de digitale signaaloverdracht van centrale tot aan de telefoon. Hierdoor is het mogelijk over een enkele aansluiting meerdere telefoniekanalen aan te bieden. Een ISDN-2-aansluiting staan twee kanalen ter beschikking, die volledig onafhankelijk van elkaar voor telefoongesprekken, fax of dataoverdracht gebruikt kunnen worden; men kan bijvoorbeeld tegelijk telefoneren en op internet surfen.

Het ISDN signaal komt bij de klant binnen op de IS/RA of een andere punt (zoals een lasdop) en wordt afgewerkt op een NT1 (Network Terminator). In het begin werd deze NT1 alleen door de monteur van KPN geplaatst, later konden telecominstallateurs en weer later de klant zelf deze NT1 plaatsen. In België word de NT1 altijd geplaatst door Belgacom.

Zonder deze NT1 heb je geen ISDN, deze NT1 is namelijk een soort afsluitweerstand. Het is ook de taak van de NT1 om het inkomend paar (2 draads) om te zetten naar 2 paar (4 draads) waarvan dan 1 paar om te zenden (Transmit TX) en 1 paar om te ontvangen (Receive RX) De lijn tot de NT1 wordt ook wel de Y-bus genoemd (2 draads). Op de NT1 zitten twee aansluitingen. Op deze aansluitingen kan ISDN-apparatuur worden aangesloten. Dit kan een telefoon, fax, modem of een PABX (telefooncentrale) zijn. Deze aansluitingen worden de S0-bus genoemd (4 draads).

ISDN koppelt ook een lijn van het telefoonnummer los. Op één ISDN-aansluiting kunnen tot 8 nummers worden toegewezen (genoemd Multiple Subscriber Number, MSN's). Deze nummers worden niet aan lijnen toegewezen, maar aan telefoons of andere gebruiksapparaten. Het gevolg is dat bijvoorbeeld twee telefoontoestellen hetzelfde nummer kunnen hebben, waarbij ze beiden rinkelen als op het betreffende nummer gebeld wordt. Indien een zo'n telefoon dan opgenomen is, is de tweede lijn nog steeds vrij en kan op hetzelfde telefoonnummer een ander gesprek binnen komen waarna de andere telefoon rinkelt. Een telefoontoestel kan ook meerdere telefoonnummers hebben, waardoor de telefoon rinkelt als op één van de betreffende nummers een telefoontje binnenkomt. Ook maakt ISDN een dienstenonderscheid. Als bijvoorbeeld een computer en een telefoon hetzelfde telefoonnummer krijgen, en de computer wordt van buitenaf door een andere computer gebeld, dan zal de telefoon niet rinkelen omdat deze geen datadienst ondersteunt. Indien een telefoontje binnenkomt zal de computer deze alleen opnemen als deze ingesteld om ook telefoontjes te beantwoorden (bijvoorbeeld er is een programma geïnstalleerd dat als antwoordapparaat werkt).

De digitale techniek maakt talrijke kwaliteitsverbeteringen ten opzichte van de analoge techniek mogelijk: De signalen kunnen, indien een gesprek alleen maar over digitale lijnen getransporteerd wordt, verliesvrij overgedragen worden. Bij analoge overdracht wordt het signaal slechts versterkt, niet geregenereerd. Daarbij wordt niet alleen het daadwerkelijke spraaksignaal versterkt, maar ook ruis. Hoe langer een verbindingslijn is, hoe kleiner de signaal-ruisverhouding en daarmee de geluidskwaliteit bij een analoge lijn wordt. De geluidskwaliteit van digitale verbindingen is daardoor duidelijk beter. Bovendien is gegevensoverdracht sneller doordat het niet nodig is een modem in te zetten die de gegevens omzet in analoge signalen, maar de gegevens direct over Het Net getransporteerd worden.

Om analoge apparatuur zoals telefoons, faxen, antwoordapparaten of modems op een ISDN-aansluiting aan te sluiten heeft men een A/B-adapter nodig die ook als terminaladapter (afgekort TA) aangeduid wordt. Een voorbeeld hiervan is de Quatrovox.

Het digitale signaal van ISDN wordt getransporteerd over een modemverbinding, tussen de wijkcentrale en de NT-1. De NT-1 zelf is dus een modem. Op de S0-bus is het bekende 2B+D beschikbaar, met een totale bandbreedte van 64 + 64 + 16 = 144 kbit/s. Met de overhead van het transport-protocol zelf, is de totale bandbreedte 192 kbit/s. Dit zorgt dan ook voor het verschil tussen ADSL-modems voor Annex-A (analoog) en Annex-B (ISDN). Bij ADSL voor Annex-A is er slechts een beperkte analoge bandbreedte nodig voor spraak (300 - 3400Hz), waardoor de signalen voor ADSL op een relatief lage frequentie kunnen starten, zie de uitleg van ADSL. Voor ADSL over ISDN (dus Annex-B) geldt dat in zijn geheel een veel grotere bandbreedte gebruikt wordt om de gegeven 192 kbit/s aan data voor ISDN te kunnen versturen. De startfrequentie voor ADSL Annex-B ligt dan ook hoger. Het logische gevolg is dat de snelheden versus de afstand die gehaald kunnen worden over de koperdraden waar alleen een analoge telefoonverbinding actief is, hoger is dan die voor een ISDN-verbinding.

Technisch (en wiskundig) gezien zou een ADSL-modem wat het volledig beschikbare frequentiespectrum over de koperdraden kan gebruiken, weer hogere snelheden kunnen halen dan nu het geval is. De extra 25 kHz die dan beschikbaar komt, maakt het verschil. In het perspectief gezet: binnen de gegeven 300-3400 Hz van een analoge verbinding is het mogelijk om 28,8 kbit/s aan datasnelheid te halen. Doordat ISDN voor de analoge spraak iets meer bandbreedte ter beschikking had, werd de maximaal haalbare modemsnelheid snel hoger: 33,6 kbit/s. De veel geadverteerde snelheid van 56 kbit/s was alleen mogelijk omdat een zijde van de verbinding niet meer analoog was, maar digitaal bleef. Anders gezegd: de maximale snelheid tussen twee normale V.34 modems, dus analoog aangesloten en communicerend over ISDN-aansluitingen is 33,6kbps - het wiskundig maximum.


KPN
Hieronder vindt u een overzicht van de meest gestelde vragen aan ShopADSL.nl. Heeft u een vraag? Kijk dan eerst in deze lijst voordat u contact met ons opneemt. Grote kans dat de vraag die u heeft al eens gesteld is en het antwoord daarop kunt u op deze pagina vinden. Selecteer een categorie of vraag in onderstaande lijst.